https://www.edithcasteleyn.com/public/images/edith4.jpg

Biografie van Edith Casteleyn

“Mensen zeggen vaak: ‘Je bent wit maar in alles wat je doet, ben je zwart.’ Ik voel mij heel close met mijn Afro-Amerikaanse broeders en zusters en ik begrijp wat ze hiermee bedoelen. Ter illustratie: In God’s eyes there is no colour, een song die wij zingen, sluit helemaal aan bij mijn gedachtengoed.”

“Ik heb een klassieke achtergrond in muziek maar was al wel bekend met Black Gospel. Indertijd waren vooral The Edwin Hawking singers bekend in Nederland. Toch heb ik deze muziek pas werkelijk leren kennen door jarenlang op te trekken met mijn Afro-Amerikaanse broeders en zusters. Ik werd gevraagd om het koor van the United States Airforce in Soesterberg te begeleiden. Ik speelde piano en ben later de koor-directie bij de Afro-Amerikaanse Gospelservice gaan doen. Veertien jaar heb ik met deze mensen geleefd. Met elkaar hebben we veel door Amerika en Europa gereisd. God heeft hen gezegend deze songs te vertolken en ik ben blij en dankbaar dat ik hun muziek mag doorgeven aan witte mensen. De jaren met hen hebben me gevormd tot wie én wat ik nu ben. Ik vind het dan ook een voorrecht dat ik destijds voor dit werk gevraagd ben.”

 

Improviseren

“Veel Black Gospel-songs zijn geboren op katoenvelden en/of aan het fornuis. Uit respect voor Afro-Amerikanen laat ik sommige songs niet door blanken zingen. Dat heeft te maken met de slavernij. Alleen al vanwege dit feit valt deze muziek niet te vergelijken met andere muziek. De koren oefenen en zingen dan ook niet met bladmuziek. Je kunt Black Gospel ook niet op papier zetten: solisten en het koor improviseren. Zo is het telkens weer een verrassing! Een song kan drie minuten, maar ook het dubbele duren. Dat hangt af van de spiritualiteit van het moment. De solist is vrij om te improviseren en ik improviseer met het koor. Vandaar dat het koor tijdens het zingen goed naar mij moet kijken. Ze weten wat ze moeten doen door de gebaren die ik maak. Improvisatie is heel belangrijk: je stelt je open voor God. Je moet vrij zijn om te zingen, er moeten geen obstakels zijn. Houding, expressie en uitstraling vind ik erg belangrijk. Wanneer je over the Joy of freedom zingt, moet je ook weten wat je zingt.”

 

Geestelijk vitamientje

Ik ben een neutraal Christen, mijn lijntje met God is goed. De bijbel is voor mij een leidraad. In de koren en bij workshops zijn mensen die aangesloten zijn bij een kerk. Maar ook mensen die weinig of niets met het geloof hebben, maar de muziek mooi vinden. Anderen voelen zich soms niet thuis in de kerk en zien het koor als een geestelijk vitamientje. Ook komen mensen uit de Orthodoxe kerk die niet gewend zijn samen te bidden en elkaars hand vast te houden tijdens het gebed. En het publiek is ook lang niet altijd Christelijk. Juist die verschillen maken het erg boeiend. Uit welke kerk mensen ook komen, iedereen is welkom! Daarin ben ik ruimdenkend.

 

Benefietconcert

Mensen vragen me of het een roeping is. Het is zeker wel een roeping en het is mijn werk. Ik geef alles wat ik heb aan de muziek. De kennis die ik heb, geef ik door. Ik vind het ook je taak dat je je gaven gebruikt. Zo hebben de koren voor mijn jubileum een benefietconcert gegeven. Ik wilde zelf geen cadeau hebben maar wel graag iets doen voor een kerkje op Cuba dat mij na aan het hart ligt. De opbrengst van het concert is gebruikt om de mensen daar te helpen. Tevens was het voor mij ook een ‘Dank je wel’ naar God dat ik dit werk al die jaren heb kunnen doen